Inleiding Programmeren + R

Controlestructuren

» Start

Controlestructuren


Zolang we alleen opeenvolging hebben als de manier waarop opdrachten in een script of functie kunnen worden gestructureerd, bestaat de uitvoering van een programma uit evenveel opdrachten als we achtereenvolgens hebben geformuleerd. Dat is eenvoudig in te zien door te kijken naar een voorbeeld zoals het SD script. Het script begint met de eerste regel, vervolgens wordt de 2e regel uitgevoerd, enzovoort, en we stoppen zodra de laatste regel is gedaan.


Wat we ook willen kunnen is afhankelijk van voorwaarden bepaalde opdrachten wel uitvoeren en andere niet. We spreken dan van voorwaardelijke opdrachten. De opdrachten worden op uitvoering geselecteerd door middel van logische operatoren [zie logica].


In de tweede plaats moeten we over de mogelijkheid beschikken om opdrachten te herhalen (door middel van lussen), en wel om de volgende reden. Er zijn problemen die om heel veel (reken)opdrachten vragen om te kunnen worden opgelost. Het zijn ook precies dat soort problemen wat om het inzetten van computers vraagt. Die problemen zijn bewerkelijk omdat de gewenste toestandsveranderingen (= de oplossing) alleen voltrokken kunnen worden via een heel lang pad dat uit heel veel stapjes bestaat.


Het is duidelijk dat het programmeren van een computer die, zeg, 1 miljoen opdrachten per sekonde uit kan voeren, onbegonnen werk is als we die 1 miljoen opdrachten eerst in de goede volgorde allemaal expliciet op zouden moeten schrijven, om het apparaat 1 sekonde bezig te houden. Wat we willen kunnen is om lange rekenprocessen in een kort programma, d.w.z. een korte serie opdrachten, op te schrijven. Zonder die mogelijkheid zouden lange (reken)processen niet te realiseren zijn.


Een hulpmiddel om lange processen d.m.v. korte series opdrachten uitvoerbaar te maken is de logica. Zowel in de wiskunde als in de informatica wordt zeer veel gebruik gemaakt van logica. Met logica bedoelen we hier het gebruik van beweringen die óf waar óf niet waar zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:


De temperatuur is 15 graden Celsius.


Dit is óf waar óf niet waar - dit in tegenstelling tot de zin:


Het is hier koud.


Hier kan iedereen een eigen mening over hebben en men kan dus niet uitmaken of deze bewering waar of niet waar is.


>> Logica


>> Voorwaardelijke opdrachten


>> Lussen