Inleiding Programmeren + R

matrix functies

» Start

Matrix functies


ncol(X) 

aantal kolommen van een matrix 

nrow(X)

aantal rijen van een matrix

t(X)

getransponeerde van een matrix

diag(X)

maak een diagonaalmatrix uit een vector 

of vorm de diagonaalvector uit een matrix

col(X)

matrix van kolomnummers 

row(X)

matrix van rijnummers

cbind(. . .)

combineer kolommen tot een matrix 

rbind(. . .) 

combineer rijen tot een matrix

apply(X,1,func)

pas de  functie func toe op de rijen van de matrix x

apply(X,2,func)

pas de functie func toe op de kolommen van de matrix 

X'%*%Y  

crossprod ((t(X)),Y)

matrix vermenigvuldiging X'.Y

solve(X)

inverse van een matrix

solve(A,b)

oplossing van het stelsel Ax = b 

eigen(X)

eigenwaarden en eigenvectoren

svd(X)

ontleding in singuliere waarden